Toespraak burgemeester Potters bij de Nationale Herdenking

4 mei 2020

Goedenavond dames en heren, jongens en meisjes,

Het is 4 mei 2020.
Het is vreemd stil bij ons herdenkingsmonument.
Als alles gewoon zou zijn, waren we hier samen gekomen.
Om de mannen, vrouwen en kinderen te herdenken die sinds de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen of vermoord.
In oorlogssituaties en vredesoperaties.
In ons Koninkrijk of waar ook ter wereld.

Maar dit jaar lijkt niets gewoon.
Uitgerekend in het jaar waarin de Tweede Wereldoorlog 75 jaar geleden eindigde, komen we niet bij elkaar.
Het coronavirus belemmert ons om te leven zoals we gewend zijn.
Het vraagt van ons om een stuk van onze vrijheid in te leveren.
Dat valt ons zwaar.

Wat fijn dat u toch online bent gegaan, om elkaar op deze manier te kunnen ontmoeten.
En ons verbonden kunnen voelen.
Om samen stil te staan bij iedereen die werd opgepakt, weggevoerd en gedood door de Nazi’s of Japanners.
Vanwege hun geloof…
Hun afkomst…
Om wie ze waren…
Of omdat ze tegen de bezetters in verzet kwamen en anderen te hulp schoten.

Zo veel mensen…

We weten niet eens precies om hoeveel mensen het gaat die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd:
- hoeveel burgerslachtoffers…
- hoeveel Joden, Roma en Sinti…
- hoeveel militairen en verzetsstrijders…
- hoeveel mensen hier in Nederland,
- hoeveel mensen in Nederlands-Indië...

Van veel mensen die stierven, kennen we de namen niet.
We weten niet hoe hun leven eindigde.

Op ons monument hier in De Bilt staan 11 namen van mensen uit onze gemeente die omkwamen.
Hun namen staan voor nog zoveel anderen.
Onder hun namen is ruimte over gelaten.
Niet om te vullen met nog 2, 3 of 4 namen.
Maar ruimte om te vullen met onze gedachten aan al die andere slachtoffers.
Ieder jaar als we twee minuten stil zijn, denken we ook aan hen.
Ook stilte is een monument.

Ik vraag me wel eens af hoe het moet zijn geweest.
Zelf heb ik gelukkig nooit een oorlog meegemaakt.
Mijn opa wel.
Drie jaar geleden vertelde ik tijdens de 4-mei herdenking, hoe hij na de oorlog nauwelijks over zijn ervaringen kon praten.
En hoe moeilijk dat was voor mijn moeder en haar broer.
Want de oorlog was na vijf jaar dan wel officieel voorbij, maar hij raakte de oorlog nooit helemaal kwijt.

Ik had zijn verhaal graag gekend.
Om de geschiedenis van mijn familie beter te begrijpen.
En om zijn verhaal aan volgende generaties door te geven.
Want ik geloof dat de verhalen van wie een oorlog hebben meegemaakt, ons krachtigste verweer zijn tegen nieuwe conflicten.

Verhalen over hoe het was, om hier in De Bilt te wonen en de bommen op de vliegbasis Soesterberg te horen neerkomen.
Hoe het was, om een vader, zus of vrienden te verliezen die de strijd waren aangegaan.
Hoe het was om je buren weggevoerd te zien worden.
Hoe het was om iedere dag met honger te gaan slapen.

Maar vooral: hoe was het zover gekómen?

Waarom dachten mensen: als er maar minder Joden zijn, dan komt het wel weer goed.
Waarom dachten mensen: het gaat om ons; het is ons land.
Om echt te kunnen begrijpen hoe het zo ver kon komen, hebben we niet genoeg aan de officiële geschiedschrijving.

We hebben de verhalen nodig van de mensen die erbij waren:
- van militairen,
- van de helden die in verzet kwamen,
- van mensen die in stilte en met gevaar voor eigen leven, anderen verborgen hielden.

Maar ook de verhalen van de mensen die geloofden in een leider, die beloofde om hun ongenoegen op te lossen.
Namelijk door grote groepen mensen buiten te sluiten.

Deze verhalen hebben we nodig om te voorkomen dat we opnieuw in dezelfde valkuil trappen.
Ons opnieuw uit elkaar laten spelen.
We hebben ze nodig om te begrijpen hoe oorlog ingrijpt in een mensenleven.
Hoe hij nooit helemaal voorbij gaat, voor wie hem heeft meegemaakt.

Misschien hebt u zelf ook verhalen uit die tijd.
Of bent u betrokken geweest bij een vredesoperatie.
Ik hoop dat u uw verhalen met ons wilt blijven delen.

Soms hebben mensen hun verhalen opgeschreven.
In dagboeken.
Zoals mevrouw Van Bodegraven.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde ze hier in onze gemeente.
Ze vertelt ons over overvallen op het gemeentehuis, waar voedselbonnen lagen.
Ze vertelt hoe het voelde toen Soesterberg werd gebombardeerd.
Dat er na afloop in de wijde omtrek geen ruit meer heel was.
Dat dorpsgenoten omkwamen van de honger.
En ze laat ons voelen hoe het is, als je niet weet, waar je het zoeken moest van angst.

Verhalen van heel gewone mensen die de oorloog meemaakten, houden u en mij een spiegel voor.
Daarin zien wij, dat we conflicten en ongenoegen maar beter op een andere manier kunnen oplossen.

Door elkaar te blijven zoeken…
Door met elkaar in gesprek te blijven…
En soms juist door met elkaar stil te staan bij wat er is geweest.

Ik ben blij u online te ontmoeten.
Zodat we ons met elkaar verbonden kunnen voelen, hoewel we niet bij elkaar kunnen komen.
Onze verbondenheid is een krachtige manier om degenen die vielen, te herdenken en te eren.

En laten we morgen en alle dagen daarna, stilstaan bij wat vrede ons brengt.
En de vrede vieren.

Dank u wel.