Gemeenteraad neemt belangrijke financiële besluiten voor de toekomst van De Bilt
Categorieën
De gemeenteraad van De Bilt heeft belangrijke financiële besluiten genomen voor de toekomst van de gemeente. De zogenoemde kadernota, aangevuld met een lijst van bezuinigingen, herschikkingen en lastenverzwaringen, is vastgesteld door een meerderheid van de raad. Zo wordt de hondenbelasting afgeschaft, gaat de OZB omhoog, en blijft de subsidie voor de theaterzaal behouden.
De kadernota geeft richting aan de financiën van de gemeente in de komende jaren. Er worden keuzes gemaakt die al vanaf de begroting van de gemeente van 2026 worden doorgevoerd, en zet ook de lijnen uit voer de koers die de gemeente gaat varen tot aan 2030. Het gaat om alle plannen van de gemeente en hoe het beschikbare geld verdeeld moet worden. Het debat in de raad ging dan ook over de toekomst van De Bilt en raakte alle beleidsterreinen – een van de belangrijkste vergaderingen van het jaar.
Om de begroting voor 2026 – en de jaren daarna – sluitend te krijgen, moest de gemeenteraad keuzes maken. Duidelijk was al langer dat er bezuinigd moest worden. Meerdere fracties wezen op de verantwoordelijkheid van het Rijk, omdat er volgens hen te weinig geld vanuit Den Haag komt om alle taken van het Rijk goed uit te voeren. Dit probleem speelt overigens niet alleen in De Bilt, maar ook in veel andere gemeenten in Nederland.
Het debat richtte zich met name op de lijst die was toegevoegd aan de kadernota, met daarin concrete voorstellen voor bezuinigingen, herschikkingen en lastenverzwaringen. Door daar keuzes in te maken, kon de raad richting geven aan de toekomst van de gemeente.
De raad diende meer dan 30 voorstellen in om het geld anders te verdelen. Eén voorstel – van GroenLinks – kreeg unanieme steun: de bezuiniging op de verduurzaming van monumentale schoolgebouwen wordt geschrapt. Op initiatief van de SGP werd besloten om niet te bezuinigen op de waardering voor mantelzorgers.
Het voorstel van Lokaal De Bilt (mede ingediend door GroenLinks, D66, VVD, PvdA, SP en Kruiniger) om de hondenbelasting af te schaffen en daarvoor de OZB iets te verhogen kon op ruime steun rekenen – alleen de ChristenUnie stemde tegen. Op voorstel van GroenLinks blijft de subsidie voor de theaterzaal behouden en op initiatief van de PvdA (mede ingediend door SP, GroenLinks en Lokaal De Bilt) wordt er niet bezuinigd op dagbesteding.
Er werden ook voorstellen gedaan die geen meerderheid haalden en dus niet zijn aangenomen. Zo wilde Forza geen geld meer uitgeven aan de herdenking en viering van Keti Koti. D66 stelde voor om structureel geld vrij te maken voor museum- en concertbezoeken door leerlingen. De SGP pleitte voor meer aandacht voor verkeersveiligheid in Maartensdijk en de ChristenUnie wilde een Startersfonds oprichten om jongeren te helpen bij het vinden van een woning. ChristenUnie, VVD en Lokaal De Bilt wilden ook dat de bezuiniging op de milieustraat – die tot kortere openingstijden leidt – werd geschrapt.
De VVD sprak als grootste oppositiepartij kritisch over de kadernota en het gevoerde beleid en noemde onder andere het plan voor een nieuw gemeentehuis als voorbeeld. De fractie benadrukte dat zij het onacceptabel vindt dat inwoners steeds meer moeten betalen. GroenLinks was positiever en zag dat er keuzes zijn gemaakt waarbij kwetsbaren worden ontzien, er wordt geïnvesteerd in de jeugd, en stappen worden gezet naar een gezondere en groenere leefomgeving. Forza De Bilt was zeer kritisch. De fractie stelt dat er tientallen miljoenen euro’s aan verkeerde zaken wordt uitgeven, waardoor er minder geld is voor het theater, zwembad en de Wmo.
D66 sprak met lof over investeringen in onderwijs, een ambitieus klimaatbeleid en betaalbare woningbouw. De fractie benadrukte wel dat er creatieve oplossingen nodig zijn als het Rijk niet bijspringt. De bezuinigingen op duurzaamheid noemde D66 pijnlijk. Het CDA vond de kadernota niet in balans en noemde de verhoging van de OZB het grootste pijnpunt. Volgens de partij moet de gemeente kritischer kijken naar haar eigen organisatie en minder afhankelijk worden van het Rijk.
Lokaal De Bilt noemde het een ‘deugdelijke begroting’ en sprak begrip uit voor het nemen van moeilijke keuzes. Wel vindt de fractie dat goede schoolgebouwen meer prioriteit verdienen dan een nieuw gemeentehuis. De SGP wees op de beperkte ruimte om te schuiven in de lijst met maatregelen, maar benadrukte het belang om kwetsbaren te ontzien. De fractie maakt zich zorgen over de positie van de gemeente, vooral met het oog op toekomstige investeringen zoals het gemeentehuis.
De PvdA benadrukte dat het door de onvoldoende middelen van het Rijk noodzakelijk is om te bezuinigen, maar sprak waardering uit voor het gevoerde financiële beleid van de gemeente, ondanks de pijn van bezuinigingen. Volgens de PvdA is het belangrijk dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De ChristenUnie benadrukte het belang van De Bilt als samenleving, waarin de gemeente oog moet hebben voor kinderen, mantelzorgers, senioren en starters.
De SP noemde de landelijke overheid de grootste vijand van de gemeentefinanciën en benadrukte dat bezuinigingen altijd zeer doen. De fractie vindt dat er principieel niet bezuinigd mag worden op cultuur of armoedebestrijding. De fractie Kruiniger begon met een pleidooi voor een veilige samenleving, waarin ook specifiek Joodse inwoners werden genoemd. Daarnaast legde de fractie nadruk op het belang van het beschermen van kwetsbare groepen, en dat daar ook de financiële middelen naartoe moeten gaan.
Hoe nu verder?
De kadernota 2026–2030 – met de bijbehorende lijst van bezuinigingen, herschikkingen en lastenverzwaringen – is vastgesteld met steun van de fracties van Kruiniger, PvdA, GroenLinks, Lokaal De Bilt, D66 en SP. De VVD, ChristenUnie, SGP en CDA stemden tegen. Door het vaststellen van de kadernota moet de begroting de komende jaren een positief resultaat laten zien.
Op basis van deze kadernota stelt het college later dit jaar de begroting op: een gedetailleerd overzicht van alle inkomsten en uitgaven voor 2026. De gemeenteraad stelt deze begroting in het najaar vast. Daarmee wordt bepaald wat de gemeente daadwerkelijk gaat uitvoeren – en hoeveel geld daarvoor beschikbaar is.