Subsidieaanvraag voor het isoleren van uw VvE

De subsidieaanvraag voor het isoleren van uw VvE wordt gedaan op het moment dat u al plannen heeft ontwikkeld. Dat kan in samenwerking met een procesbegeleider, zoals bijvoorbeeld DVvE, maar mag ook volledig op eigen initiatief.  

De aanvraag wordt enkel in behandeling genomen als met het aanvraagformulier de volgende gegevens naar volledigheid zijn verstrekt: 

  • een afschrift van de akte van splitsing;  
  • een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP);  
  • bewijs van minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dit is één van de volgende bewijsmiddelen:
    • energielabel D of slechter per appartement; of  
    • bouwkundig rapport; of  
    • rapport van een gecertificeerd energieadviseur; of  
    • offerte voor het isoleren van twee slecht geïsoleerde bouwdelen;  
  • een verslag van de Algemene Ledenvergadering van de VvE met daarin het besluit van de VvE over de voorgenomen activiteiten en om een subsidieaanvraag op grond van de regeling in te dienen;  
  • tenminste één offerte van een bouwbedrijf, met daarin minimaal:  
    • naam en KvK-nummer bouwbedrijf;  
    • naam VvE en adressen die vallen onder de VvE;  
    • uit te voeren maatregelen, inclusief isolatiewaarden en het aantal geïsoleerde vierkante meters per isolatiemaatregel;
    • isolatiematerialen (meldcodes);  
    • indien van toepassing, hoe wordt gehandeld conform de methode natuurvriendelijk isoleren of hoe bij het uitvoeren van isolatiemaatregelen in spouwmuur of dak de regels en voorschriften uit het pre-Soortmanagementplan (pre-SMP van de gemeente De Bilt) worden nageleefd;  
    • verwachte datum van installatie;  
    • verdeling materiaalkosten/arbeidskosten 

De subsidieaanvraag kan vanaf 1 januari 2026 ingediend worden via het subsidievolgsysteem van de gemeente De Bilt. De aanvraag is meestal onderdeel van het verduurzamingsproces binnen uw VvE aangezien er diverse voorwaarden gelden. Op deze pagina(Verwijst naar een externe website) kunt u de volledige subsidieregeling vinden met alle voorwaarden.

Aanvragen subsidie (Verwijst naar een externe website)

Veelgestelde vragen

  1. dak, hellend/plat: geen, slechte en matige isolatie. Minder dan 9 cm aanwezig, Rc ≤ 2,0
  2. dak, zolder-/vlieringvloerisolatie: Als er geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig is, Rc ≤ 0,5
  3. gevel: geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig 
    Rc ≤ 1,1
  4. vloer-/bodemisolatie: geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig. Minder dan 5cm aanwezig, Rc ≤ 1,3
  5. glas: enkel glas, oud dubbelglas en HR glas. U-waarde ≥ 1,6 

Dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij: 

  • minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;
  • het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft; en
  • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

Gevelisolatie, waarbij: 

  • gemiddeld minimaal 10 m2 per appartement van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; en
  • het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft; 

Spouwmuurisolatie, waarbij: 

  • gemiddeld minimaal 10 m2 per appartement van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;
  • het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 1,1 m2K/W heeft; en
  • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen; 

Vloer- dan wel bodemisolatie, waarbij: 

  • minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer of bodem behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;
  • het toegevoegde isolatiemateriaal voor de vloer of bodem een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft; en
  • het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

Glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door het vervangen van: 

  • gemiddeld minimaal 3 m2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas met een U-waarde van ten hoogste 1,2 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 1,2 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K;
  • gemiddeld minimaal 3 m2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, met een U-waarde van ten hoogste 0,7W/m2K, in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een U-waarde van ten hoogste 1,5 W/ m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 0,7 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,0 W/m2K;
  • gemiddeld minimaal 3 m2 per monumentaal appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen, deuren met hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K, eventueel in combinatie met kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 2 W/m2K;of
  • glas, kozijnpanelen, deuren in een monumentaal appartement door hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K, eventueel in combinatie met kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K.  

Enkel de kosten van energiebesparende isolatiemaatregelen die uitgevoerd worden door een bouwbedrijf komen in aanmerking; De volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie: 

  • kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;  
  • arbeidskosten van doe-het-zelvers;
  • zelf ingekochte apparatuur en materialen;  
  • kosten voor regulier onderhoud;  
  • kosten voor het opstellen van een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP);  
  • kosten voor adviezen en/of onderzoeken;  
  • kosten voor procesbegeleiding;  
  • vervoerskosten;  
  • verzendkosten;  
  • afwerkingskosten;  
  • kosten gemaakt na beëindiging van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;  
  • kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht.