De weertoren van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)
Wat voor weer wordt het vandaag? Het is een vraag die mensen 200 jaar geleden ook al bezighield. Meteoroloog Christophorus Buys Ballot ontdekte halverwege de 19e eeuw het verband tussen wind en luchtdruk en de weersomstandigheden die daaruit konden worden voorspeld. Niemand zag toen nog het nut in van het verzamelen van enorme hoeveelheden weermetingen. Toch kreeg hij uiteindelijk financiële steun van minister Thorbecke om bolwerk Sonnenborgh in Utrecht te verbouwen tot het Nederlands Meteorologisch Instituut.
Het KNMI werd bij Koninklijk Besluit van koning Willem III opgericht op 31 januari 1854, toen nog onder de naam Koninklijk Meteorologisch Observatorium. Buys Ballot werd de eerste directeur. Later veranderde de naam in het KNMI.
In 1897 verhuisde het KNMI naar landgoed Koelenberg in De Bilt. Daar werd een 15 meter hoge observatietoren gebouwd met daarbovenop een 17 meter hoge open constructie. Deze opbouw was zo open mogelijk gemaakt om dwarrelwinden te voorkomen. De huizen in het villapark kregen platte daken om verstoring van het windpatroon tegen te gaan.
Het KNMI is gevestigd op het terrein van de voormalige Benedictijner abdij Vrouwenklooster. Aan het einde van de 16e eeuw werd het klooster gesloten en gesloopt. In de 17e eeuw werd het terrein verkocht en verbouwd tot landhuis Het Klooster.
In 1963 werd de houten toren vervangen door een stenen toren. In 1997 werd op deze toren een nieuwe radarantenne geplaatst. Het KNMI werd overspoeld met reacties toen de iconische radarkoepel, die de gevoelige radarantennes beschermt, tijdelijk werd verwijderd.